Burgerparticipatie
“Niet alleen op het niveau van de buurtbus”
Onder leiding van Paul Peters discussieerden meer dan 100 deelnemers aan het PlattelandsParlement over de adviezen van de commissie Burgerparticipatie.
Katrien Termeer, hoogleraar bestuurskunde aan de Wageningen Universiteit en voorzitter van de commissie deed de aftrap. Zij gaf aan dat burgers en overheden verschillend denken over burgerparticipatie; verschillende termen gebruiken en elkaar slecht begrijpen. Een goede dialoog en duidelijkheid over het probleemeigenaarschap is daarom volgens Katrien Termeer van groot belang.
► Download presentatie (pdf)
► Download adviesrapport
Video-impressie
► Bekijk deel 1 via Youtube
► Bekijk deel 2 via Youtube
Discussie
Betrek ook ondernemers en maatschappelijke organisaties
De deelnemers constateerden dat in het advies wel erg eenzijdig van bewoners werd uitgegaan en dat het van belang is ook ondernemers en maatschappelijke organisaties een plaats te geven.
Praten in verschillende werelden
Ook werd er lang gediscussieerd over de door de commissie geconstateerde verschillen tussen systeemwereld en leefwereld. De laatste decennia, zo werd betoogd, is de leefwereld voor mensen steeds belangrijker geworden en is de afstand met de systeemwereld groter geworden. Maar: de macht van de systeemwereld is wel een reëel bestaande situatie…. Daarnaast heeft die systeemwereld met haar transparante procedures ook voordelen. Het is een wereld die nodig is en zal blijven bestaan. Daar moet je dus mee omgaan.
Betrek burgers ook bij grootschalige ontwikkelingen
Burgerparticipatie op het niveau van een dorpshuis, een bibliotheekvoorzieningen et cetera lukt al heel vaak. Maar, vroegen enkele deelnemers zich af, moet het daartoe beperkt blijven? Bij grootschalige ontwikkelingen als windmolens, megastallen etc. staat de burger vaak buiten spel. Allerlei beslissingen worden genomen over de hoofden van burgers heen; terwijl ze grote gevolgen hebben voor de leefbaarheid. Ook de provincie en het rijk, hebben te zorgen voor goede vormen van communicatie; waardoor het voor bewoners mogelijk is mee te denken en mee te praten. De huidige crisis en herstelwet werkt wat dat betreft sterk in het nadeel van burgers aldus de deelnemers.
Gemeentelijk participatiefonds?
De middagbijeenkomst startte met de vraag of bezuinigingen het motief mogen zijn om zaken bij de burger te leggen. Het leverde een stroom van reacties en voorbeelden uit de praktijk op, die voor de deelnemers tot soms tegenstrijdige conclusies leidden. Zo pleiten enkelen voor een vaste gemeentelijke begrotingspost voor burgerinitiatief zodat er financiële ruimte is om initiatieven te helpen realiseren. Een ander bracht daar tegenin dat het bestaan alleen al van die pot, tot gevolg heeft dat burgers dan snel naar de overheid (en naar die pot geld) kijken en niet voldoende zelf de markt op gaan om te proberen hun benodigde financiële middelen bijeen te zoeken. Je moet niet beginnen met een pot geld; je begint met de zelfsturing van de burger! Diezelfde burger, zo bleek uit veel voorbeelden, kan enorm veel zaken aanmerkelijk goedkoper realiseren dan de gemeente of een commerciële partner.
Duidelijkheid over wiens taak
Enkele deelnemers, daarin gesteund door commissielid Raf Janssen, stelden dat het helemaal niet per definitie slecht is als de overheid zich terugtrekt en een taak afstoot. Gekeken moet worden of het wel echt een taak van de gemeente is. De exploitatie van een dorpshuis bijvoorbeeld is volgens Raf Janssen geen gemeentetaak. Wel werd erop gewezen dat, wanneer de overheid zich financieel terug trekt, ook de rol van de gesubsidieerde organisaties in het geding komt.
Gebruik deskundigheid van dorpsbewoners
Een frustratie die meermalen opspeelde, was de houding waarmee initiatiefrijke burgers worden bejegend. Gesteld werd dat dorpsbewoners veelal deskundiger zijn dan de ambtenaren op het gemeentehuis en een aanwezige wethouder beaamde dat. Dat pleit eens te meer voor het opstellen van dorpsvisies en dorpsplannen. Burgers kunnen daarin hun deskundigheid kwijt en het draagt in belangrijke mate bij aan de dialoog tussen burger en overheid. Een dorpsvisie kan, volgens een deelnemer, ook meteen gezien worden als pro-actieve burgerparticipatie, juist voor veranderingen en processen op een regionaal niveau.
Slotdebat
Katrien Termeer vatte de adviezen samen in 2 belangrijke frustraties die de Tweede Kamerleden in het slotdebat meekregen.
- De roep om meer burgerparticipatie mag niet ingegeven zijn door bezuinigingen en verworden tot ‘over de schutting gooien’. Gemeenten, provincie en rijk houden verantwoordelijkheid ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de burger.
- Burgerparticipatie moet ook betrekking hebben op grootschalige ontwikkelingen.
De Kamerleden, geconfronteerd met de adviezen èn met bovengenoemde frustraties, herkennen de geschetste problematiek. Het verleidt Lutz Jacobi tot de uitspraak dat bij grootschalige projecten een structureel bedrag uitgetrokken moet worden voor burgerbetrokkenheid. Verder is er algemene bijval voor de constatering dat vroegtijdig betrekken van burgers bij overheidsbeleid van belang is en dat ruimte voor actieve burgers nodig is om hen zelf de kans te geven initiatieven te ontplooien om betere leefbaarheid te realiseren.
Wat vindt u?
Wilt u reageren op de aanbevelingen van het adviesrapport of over de uitkomten van deze discussie?