Slotdebat
In het slotdebat passeren de drie hoofdthema’s nog eens de revue. De voorzitters of woordvoerders van de drie commissies presenteren een aantal aanbevelingen uit het adviesrapport, aangevuld met wat er tijdens de workshops besproken is.
Aanwezige kamerleden:
- Ger Koopmans (CDA
- Bas Jan van Bochove (CDA)
- Lutz Jacobi (PvdA)
- Henk Jan Ormel (CDA)
- Johan Houwers (VVD)
- Paulus Jansen (SP)
Aanbevelingen Krimp
Geef regio’s experimenteerruimte
Het generieke patroon aan regels en wetten biedt te weinig mogelijkheden voor innovatieve oplossingen. Een voorbeeld is Noord-Groningen, waar een aantal maatschappelijke organisaties tegen grenzen aanloopt bij hun streven om voorzieningen voor onderwijs en kinderopvang slim te combineren in één kindcentrum. Regio’s moeten de ruimte krijgen, experimenteel misschien, maar wel met de mogelijkheid dat het blijft.
- Ger Koopmans (CDA): “Ik denk dat dat goed is. Dit raakt aan het principe van artikel 23. Het CDA moet nadenken of het daarin stappen moet zetten, zodat samenwerkingsscholen makkelijker van de grond kunnen komen. Dat is geen fractiestandpunt, die stap zet ik hier nu zelf. ”
- Bas Jan van Bochove (CDA): “Het onderwerp is in de Vaste Kamercommissie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, waarvan ik voorzitter ben, heel actueel en wordt ook geagendeerd bij bewindslieden. Wij voeren nu debatten met de regering om deze experimenteerruimte waar mogelijk te geven.”
- Paulus Jansen (SP): “Er moet vooral geld komen voor experimenten met onderwijsvormen die specifiek voor dunbewoond gebied geschikt zijn. Ik ben er voorstander van om het mogelijk te maken om een aantal jaar op kleine schaal te experimenteren, dan blijkt wel wat de meest effectieve methodes zijn.”
Leg de rekening van (krimpbevorderend) rijksbeleid niet bij de regio’s
Een milieueffectrapportage (m.e.r.) wijst uit dat de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte krimpversterkend werkt in de periferie. In het algemeen belang van Nederland zijn daar wellicht goede argumenten voor, maar kijk wel naar de effecten en laat niet de regio’s de rekening betalen.
- Henk Jan Ormel (CDA): “De krimpproblematiek is internationaal. Maar vergeleken met andere landen is Nederland een stadsstaat. Dat betekent dat het in het belang van de stad als geheel is om te investeren in die krimpregio’s. Dat betekent wat mij betreft verantwoordelijkheden lokaal neerleggen – en daarmee doel ik niet op bezuinigen maar op regio’s de ruimte laten om zichzelf in een bepaalde richting te ontwikkelen.
- Lutz Jacobi (PvdA): “In het beleid van dit Kabinet gaat het vooral over de Topsectoren. Ik vind dat er ook geld moet blijven voor het mkb, dat is nou juist interessant voor het landelijk gebied. Als je gebieden leefbaar moet houden moet je zorgen dat het goede woongebieden blijven, dat de dorpen er goed bijstaan. Daar is geld voor nodig. De komende week gaan we in debat of we met een dorps- of stadsvernieuwingsfonds aan de slag gaan.
Waarborg ondersteuningsstructuren voor bewonersorganisaties
Als je als overheid vindt dat er meer van de burgers moet komen en dat bewoners zelf initiatief moeten nemen om problemen in hun directe leefomgeving aan te pakken, dan moet je niet de ondersteuningsstructuren afbreken, zoals de LVKK. Ook geldt: Als je de krimpdiscussie goed wilt aanvliegen heb je de bestaande dorpsinfrastructuur nodig. En voor gemeenten: stel bijvoorbeeld wat budget beschikbaar om bewonersinitiatieven door een objectieve partij door te laten rekenen.
- Johan Houwers (VVD): “Je hebt vooral mensen nodig. Het gaat niet om de structuur of om de subsidie maar om de wil van mensen om er iets van te maken. Die wil proef ik hier, mensen kunnen veel zelf en dit kabinet laat de mensen ruimte. Ik heb niet zoveel zorgen.”
- Ger Koopmans (CDA): “Wij moeten op Rijksniveau de verantwoordelijkheid nemen om te zorgen dat initiatieven als het PlattelandsParlement of de LVKK voldoende gesteund worden. Bij de begrotingsbehandeling van BZ komende maandag gaan wij een amendement indienen dat we een bedrag van een miljoen beschikbaar stellen, in vier jaar, voor LVKK en PlattelandsParlement.”
Aanbevelingen Burgerparticipatie
De roep om meer burgerparticipatie mag niet ingegeven zijn door bezuinigingen
Dan verwordt burgerparticipatie tot ‘over de schutting gooien’. Gemeenten, provincie en rijk houden verantwoordelijkheid ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de burger. Dit leidt tot een uitdaging aan de Tweede Kamer: hoe kun je het proces van bezuinigingen zó organiseren dat het echt tot vernieuwing leidt en dat burgers dat ook zo ervaren?
- Paulus Jansen (SP): “Ik wil in de eerste plaats onderstrepen dat mensen vertrouwen op eigen kracht, zichzelf organiseren en ook zelf financiering regelen. Maar toch denk ik ook dat de overheid lokaal initiatief moet ondersteunen, bijvoorbeeld als het gaat om coöperatieve initiatieven die sociale samenhang kunnen bevorderen. In de tweede plaats vind ik dat de overheid moet zorgen voor faciliteiten waar mensen gebruik van kunnen maken als ze samen iets willen doen, bijvoorbeeld dorpshuizen. Jammer dat daarin gesneden wordt; voor iedere euro die je daarop bezuinigt raak je 10 euro aan vrijwilligers kwijt.”
- Bas Jan van Bochove (CDA): “Ik ben voor gebruik maken van eigen kracht, daar pleit ik al 4, 5 jaar voor. In de samenleving waar je staat ken je de bestaande verbanden. Je kunt een slag maken als je de kennis van scholen, zorgvoorzieningen, corporaties én ondernemers weet te bundelen. Een overheid – op alle niveaus – die daar niet adequaat op inspeelt geen knip voor de neus waard. En er is nog wel wat te verbeteren. Als Kamerleden kunnen we niet alles oplossen, voor veel zaken zijn de gemeenten aan zet. In de discussie heb ik ook gehoord: kijk uit dat dorpsraden niet verworden tot een nieuwe ‘bestuurslaag’.”
Participatie moet ook betrekking hebben op grootschalige ontwikkelingen
Veel voorbeelden van burgerparticipatie gaan over buurtbussen, kleinschalige schoolvoorzieningen of de bibiotheekbus. Er zijn grotere ontwikkelingen die mensen veel meer raken, denk aan LOG’s, een windmolenpark of grote infrastructurele ontwikkelingen. Ga er niet vanuit dat burgers die dingen tóch niet willen maar zoek in een vroeg stadium de dialoog. Dat leidt tot een win-winsituatie én tot tijdswinst in het proces.
- Lutz Jacobi (PvdA): “Als je mensen serieus wilt betrekken bij de leefomgeving dan moet je dat structureel inbouwen in artikelen en budgetten. Anders blijft het persoonsafhankelijk of het gebeurt. Dus dat moeten we gewoon doen.“
- Johan Houwers (VVD): “Goede timing gaat om twee dingen: informatievoorziening, zodat iedereen met dezelfde informatie werkt en goede communicatie, zonder vooringenomenheid.”
- Henk Jan Ormel (CDA): “In het verleden hebben we weleens te centralistisch gedacht, bijvoorbeeld bij de LOG’s. Mensen hebben begrip voor een bedrijf dat in zijn omgeving is geworteld, zich organisch ontwikkeld en op een gegeven moment wil groeien. Maar als een bedrijf verplaatst wordt naar een ander gebied en dáár opeens veel groter wordt gaan de haren overeind staan. We moeten weer terug naar de menselijke maat op het platteland.”
Aanbevelingen Lokale duurzame energie
Verruim de salderingsregeling
Nu zit daar een maximum aan. En zet de energiebelasting op 0 voor coöperatieve zelflevering. Zelfs met het huidige regime kan dat budgetneutraal, door de btw op zonnepanelen die extra verkocht zullen worden.
- Paulus Jansen (SP): “Allereerst is er voor VvE’s als een Kameruitspraak gedaan, de motie Jansen c.s. die door een ruime meerderheid is aangenomen. Het enige probleem is dat de minister nog zuinig is met het uitvoeren daarvan. Volgens mij is het goed om dat te verbreden naar coöperatieve verenigingen. Je moet je wel moet realiseren dat iedere euro die minder binnenkomt ergens anders vandaan moet komen. Het voorstel van de SP zou zijn: haal die euro op binnen de energiebelasting door de lage energiebelasting voor grootverbruikers van fossiele energie iets te verhogen.”
Mensen zijn te weinig in staat een goede afweging te maken tussen vormen van duurzame energie
Iedere initiatiefnemer, overheid of financier zou een beoordeling moeten kunnen geven waarom wel of niet, om opportunisme en eenzijdige afwegingen te voorkomen, maar wel zó dat projecten doorgaan. Je moet iets doen om duurzame energie te stimuleren.
- Lutz Jacobi (PvdA): “Meteen vastleggen! De mensen die naar alternatieve energie toe willen, op welke manier dan ook, moeten op een bepaalde manier fiscaal beloond worden. Bijvoorbeeld dat je de groene energie die je levert aan het net ten tijde van een dip ook weer belastingvrij op kunt nemen. Dat zijn van die kleine dingen die deze regering kan doen. En die we ook moeten doen, ik roep bij deze iedereen op.”
- Henk Jan Ormel (CDA): “We moeten ook naar de schaal kijken. Ik denk dat de toekomst ligt in regionale energiecentrales; niet fysiek, maar als samenvoeging van de regio, waarbij het voor het Rijk van belang is dat we de regio de ruimte geven. Niet met allerlei subsidies, maar met minder regelgeving. Regio’s moeten dat oppakken en ook zichtbaar maken naar hun burgers.”
Ter afsluiting geeft Lutz Jacobi drie zaken aan waar zij maandag meer verder gaat. Ruimte geven aan participatie en dat borgen. Aantrekkelijke financiële regelingen voor duurzame energie; foute subsidies stoppen en slimme stimulering waar mogelijk. Scherp blijven op Plattelandstoets voor beleid. Tot slot roept zij de deelnemers op om vaker langs te komen: “houd ons op de hoogte”.

